1921, Maart 27
We verzamelen buiten het hotel om de reis naar de tempel af te gaan leggen. Twee ezels staan klaar met proviand en bagage die we nodig hebben voor de reis. De reis gaat op en neer door dalen en heuvels maar verloopt rustig.
1921, Maart 28
Wilson is als eerste wakker, Tony volgt al snel en even later Angus. In de middag horen we een geweer afgaan, net voor dat we de top van een heuvel bereiken. Angus hoorde een man schreeuwen. Net over de rand kunnen we zien dat er een man in de vallei staat gebogen over de persoon die hem neergeschoten. Met veel overtuigingskracht van Jessy lukt het ons om naar de jongen te mogen kijken. Het blijkt zijn zoon te zijn, met eenzelfde wond als we gezien hebben bij Tony, Nemisio Sanches en Trinidat.
Met een eerste hulp doos lukt het Wilson en Tony om hem te stabiliseren. Maar hij heeft nog wel meer zorg nodig. Hulio / Damingo Espedes zijn alpaca boeren die hun alpaca aan het zoeken zijn. Hij beschrijft dat ze aangevallen waren door een Man met een zwarte hoed en een vrouw die hier vandaan lijkt te komen. Na het schieten waren de twee gevlucht richting “de ruine”.
We gaan samen met de boer en zijn zoon naar zijn huis. We zijn uitgenodigd om daar te komen overnachten en wat eten.
1921, Maart 29
De ochtend start rustig, na een ontbijt haalt hij bij Angus zijn verrekijker terug en maakt deze schoon. Daarna begint Wilson de ezels weer te zadelen om te vertrekken voor de laatste dag.
Rond een uur of twee bereiken we een berg die we op moeten. De struiken en begroeien worden steeds dunner. Wanneer we bijna de piek van deze berg zijn zien we op de volgende berg een plateau met kleine vervallen piramide. Hij is omringt met muren maar zijn niet meer intact. Het valt ook op dat er steeds meer vliegen ons omringen.
Binnen de muren zien we de twee figuren die de boer beschreef die hun aangevallen had. De kleine vrouw beklimt de piramide waarin boven een scheur zit. Wanneer ze klaar is klimt de man met de hoed dezelfde treden op.
Nadat ze klaar zijn verdwijnen ze naar beneden ergens bij de piramide. We volgen de weg en lopen zelf ook naar de piramide.
Wilson zoekt naar aanwijzingen maar vind niets, Tony stapt op een tegel die breekt en hij valt 4 meter naar beneden. Met wat hulp van Jessy Hues lukt het om hem weer naar boven te krijgen.
Wilson besluit de pit te gaan bekijken waar tenminste 100 lichamen in liggen. Deels vergaan deels verser, in de hoek van de pit zie ik een doorgang die de piramide lijkt te lopen. Verder hebben de lichamen ook hun rijkdommen nog bij zich.