Occupation:BigGameHunter Place of birth: Maine Significant People: David Porter,Lynn Porter-Atkinson,Maria Baader,James Porter Ideology & Beliefs: Description Geboren op: 1898 #person

Backstory

Geboren en getogen in het Amerikaanse Maine groeide ik, Wilson Porter, op in en langs het bos. Een van mijn jeugdvrienden was Josef Whitefield— te dom om te poepen, maar altijd in voor een avontuur. Samen ontdekte we de bossen in onze omgeving. Waar ik een traditionelere schoolopleiding volgde, belandde Josef op een vakschool. Dom als hij was, bleek hij verrassend goed met zijn handen.

Mijn vader, David Porter, was een beer van een man — ongepolijst, maar met een hart van goud dat alles overhad voor zijn familie. Van hem leerde ik jagen. Zo goed als hij met zijn geweer was, ben ik nooit geworden. Maar wat ik tekortschoot in schieten, maak ik goed met mijn talent voor spoorzoeken. Met het kleinste beetje informatie kon ik de weg in de dichte bossen weer vinden.

Toen ik ouder werd, vielen mijn vaardigheden op, en zo kwam ik in aanraking met het Smithsonian instituut. Wat begon als een paar lokale onderzoeksexpedities in de omgeving van Maine, groeide al snel uit tot een uitnodiging om mee te gaan naar Afrika. Het kostte tijd voordat mijn moeder, Lynn Porter-Atkinson, haar enige kind liet vertrekken. Ze vond me nog te jong om haar nest te verlaten en dacht dat ik nog veel te leren had voordat ik mezelf volwassen kon noemen. Uiteindelijk, na meerdere bezoeken van Edgar Alexander Mearns, stemde ze in.

In Afrika ontmoette ik Herbert Lang, een begaafd zoöloog die veel van onze expedities leidde. Van tijd tot tijd kwam er post uit Amerika: naast brieven van mijn moeder zat er soms ook eentje bij van Josef Whitefield, die inmiddels een eigen houtbewerkingswerkplaats was begonnen. Daar wil ik beslist eens langsgaan zodra ik terug ben in Maine.

Als een van de jongste leden van het Smithsonian voelde ik me soms wat geïsoleerd. Er waren enkele jonge expeditieleden uit Afrika zelf. Met hulp van onze tolk Jackie Stiles vertelde Elechi Zinachidi mij over de Yoruba-religie. Van een van de jongens kreeg ik een ketting die mij zou beschermen. Ik begreep toen nog niet goed wat het betekende, maar ik voelde me vanaf dat moment minder alleen. Elke ochtend zocht ik het bos op voor een moment van rust — één met de natuur — en schreef ik een kort gedicht over mijn ervaringen. ’s Avonds bij het kampvuur vertelden mijn reisgenoten verhalen, zoals dat van Eshu en de hoed van waarheid, dat ons leert dat wat we zien niet altijd de volledige waarheid is.

Na enige tijd kwam er een nieuwe groep onderzoekers bij ons. Onder hen was een jonge vrouw, hooguit een paar jaar ouder dan ik. Ze viel direct op — haar bruine krullende haar en sproeten bezorgden me vlinders in mijn buik zoals ik die nog nooit had gevoeld. De volgende ochtend stond ik, zoals altijd, in het bos, maar het voelde anders. Een lichtstraal viel precies op mijn hoofd; het voelde als een teken om naar mijn Ori — mijn innerlijke geest — te luisteren. Bij het ontbijt stapte ik op haar af. Ze stelde zich voor als Maria Baader.

Vanaf dat moment bracht ik elk vrij moment tussen de expedities met Maria door. Tot mijn grote geluk waren mijn gevoelens wederzijds. Ik vertelde haar over de Yoruba-verhalen, waarvan haar favoriet dat van Yemoja, moeder van de oceanen, was — een vrouw vol liefde voor haar volk, die zo hevig huilde dat haar tranen de bedreigingen wegspoelden.

Onder een Ifa-ritueel trouwden we, eenvoudig maar diep verbonden met de natuur. Niet lang daarna werd Maria zwanger van ons eerste kind. Tot haar spijt mocht ze daardoor niet langer mee op expeditie en hielp ze vooral in en rond het kamp. We waren jong, maar Olodumare had het zo bepaald. Vroeger dan verwacht werd onze zoon James Porter geboren — een gezonde jongen die ons vervulde met liefde en geluk.

Dat geluk mocht niet blijven. Er kwam bericht van mijn vader: hij wilde dat ik naar het front zou gaan om ons vaderland te dienen. Met pijn in mijn hart nam ik afscheid van mijn vrouw en beloofde zo snel mogelijk terug te keren. Ze verzekerde me dat de andere expeditieleden haar gezelschap zouden houden en gaf me een verrekijker met de inscriptie: “Kom veilig en snel terug.”

Mijn tekortkoming met het geweer bleek ook aan het front merkbaar, maar mijn talent voor spoorzoeken kwam goed van pas. Onder bevel van John Pershing gebruikte ik mijn vaardigheden om onze manschappen van cruciale informatie te voorzien, waardoor we verschillende veldslagen aan de Belgische grens wisten te winnen.

Toen bereikte mij het bericht dat mijn vader was gesneuveld. Mijn moeder had hulp nodig thuis, en Pershing stuurde mij terug. Na een maand besloot ik naar Afrika terug te keren om Maria en James op te halen. Maar toen ik daar aankwam, waren ze verdwenen. Maria was tijdens mijn afwezigheid gestoken door een mug en had malaria gekregen. Door de oorlog waren medicijnen schaars, en de koorts werd haar fataal. Onze zoon was naar haar ouders in Zwitserland gebracht.

Tot mijn grote verdriet wist ik niet waar haar ouders woonden, en ik had geen middelen om naar mijn zoon te zoeken. Nog nooit in mijn leven had ik zoveel spijt gehad van het luisteren naar mijn vader. Ik keerde terug naar het bos waar Maria en ik waren getrouwd. De verrekijker in mijn hand was nu een tastbare herinnering aan mijn tekortkomingen als echtgenoot en vader. De Orisha’s die me ooit beschermden en me Maria brachten, leken stil. Leegte vulde mij toen ik terugkeerde naar mijn moeder.

Sindsdien zoek ik naar manieren om de wereld over te reizen — hopend dat ik via de contacten van het Smithsonian Instituut ooit weer in contact kom met mijn zoon James Porter.

Knifes

Character

Kid is not living at home anymore, guilt to him for leaving and letting it care for it’s mother.

Persoonlijk

Isolatie, stilte, geen controle over de situatie (Geen mogelijkheid om situatie te veranderen)